Morgendienst 2 (sectie 4-7)

Kalender
Kerkdiensten De Fontein
Datum
17 maart 2019 11:00

Beschrijving

Liturgie zondag 17-3-19 16.30 uur ds Roelof Vellinga

  • Votum en Zegengroet
  • Zingen GKB Psalm 25:3

3 Denk aan mij in uw ontferming,

HEER, waarop ik biddend pleit,

want uw trouw en uw bescherming

schenkt U reeds van eeuwigheid.

O, gedenk de zonden niet,

in mijn jeugd door mij bedreven.

Wilt U, die mijn schulden ziet,

in uw goedheid mij vergeven.

  • Gebed
  • Zingen LB 314: 1 Here Jezus, om Uw Woord = LvK 328

1 Here Jezus, om uw woord

zijn wij hier bijeengekomen.

Laat in 't hart dat naar U hoort

uw genade binnenstromen.

Heilig ons, dat wij U geven

hart en ziel en heel ons leven.

Schriftlezingen Exodus 34:29-35

Mozes​ ging de berg ​Sinai​ af. Hij had de twee stenen platen met de tien regels bij zich. Zijn gezicht had een stralende glans, want hij had met de Heer gesproken. Maar ​Mozes​ wist niet dat zijn gezicht zo straalde. 30Aäron​ en de andere Israëlieten zagen de glans op het gezicht van ​Mozes. Daarom durfden ze niet naar hem toe te gaan. 31Maar ​Mozes​ riep ​Aäron​ en de ​leiders​ van het volk bij zich en sprak met hen. 32Daarna kwamen ook de andere Israëlieten dichterbij. Mozes​ vertelde de Israëlieten alles wat de Heer op de berg ​Sinai​ gezegd had. En hij zei dat ze zich aan alle regels moesten houden. 33Toen ​Mozes​ klaar was met spreken, deed hij een doek voor zijn gezicht. 34Telkens als ​Mozes​ met de Heer ging spreken, deed hij de doek af. En daarna ging hij steeds terug om de Israëlieten te vertellen wat de Heer gezegd had. 35Ze zagen dan de stralende glans op zijn gezicht. En dan deed ​Mozes​ de doek weer voor zijn gezicht, totdat hij weer naar de Heer ging.

Lucas 9:28-46 en 51 Ongeveer acht dagen later ging ​Jezus​ een berg op om te ​bidden. Hij nam ​Petrus, ​Johannes​ en ​Jakobus​ mee. 29Terwijl ​Jezus​ aan het ​bidden​ was, veranderde zijn gezicht. En zijn ​kleren​ werden stralend wit. 30-31Opeens stonden er twee mannen bij hem met een hemelse glans over zich heen. Het waren Mozes en Elia. Ze spraken met Jezus over de dingen die in Jeruzalem zouden gaan gebeuren. 32Intussen waren ​Petrus​ en de twee andere ​leerlingen​ in slaap gevallen. Toen ze wakker werden, zagen ze de hemelse glans van ​Jezus. En ze zagen ook de twee mannen die bij hem stonden. 33Toen ​Mozes​ en ​Elia​ weg wilden gaan, zei ​Petrus​ tegen ​Jezus: ‘Meester, het komt goed uit dat wij hier zijn! We zullen drie hutten maken: één voor u, één voor ​Mozes, en één voor ​Elia.’ Maar ​Petrus​ had er niets van begrepen. 34Op dat moment kwam er een wolk boven hen. ​Mozes, ​Elia​ en ​Jezus​ verdwenen in de wolk, en de ​leerlingen​ werden bang. 35Toen klonk uit de wolk Gods stem, die zei: ‘Dit is mijn Zoon. Ik heb hem ​uitgekozen. Luister naar hem.’ 36Nadat God gesproken had, was ​Jezus​ weer alleen. De ​leerlingen​ vertelden in die tijd aan niemand wat ze gezien hadden. 37De volgende dag gingen ​Jezus​ en de drie ​leerlingen​ de berg weer af. Er stond een grote groep mensen op hen te wachten. 38Een man uit de groep riep ​Jezus​ en zei: ‘Meester, kom alstublieft naar mijn zoon kijken. Hij is mijn enige ​kind. 39Er komt steeds een ​kwade geest​ in hem. Elke keer als dat gebeurt, begint mijn zoon plotseling te schreeuwen. Dan schudt hij heen en weer, en dan krijgt hij schuim op zijn mond. De geest wil niet uit hem weggaan en doet hem heel veel pijn. 40Ik heb uw ​leerlingen​ gesmeekt om de geest weg te jagen. Maar zij konden het niet.’ 41Toen zei ​Jezus: ‘Wat zijn jullie toch ongelovig! Jullie doen het helemaal verkeerd. Hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe houd ik dat vol? Breng die jongen hier!’ 42Toen de jongen aan kwam lopen, gooide de ​kwade geest​ hem op de grond. Hij schudde de jongen heen en weer. Maar ​Jezus​ sprak streng tegen de ​kwade geest. Hij maakte de jongen weer beter, en bracht hem naar zijn vader. 43Iedereen was diep onder de indruk van Gods grote macht. De mensen dachten nog vol verbazing na over alles wat ​Jezus​ deed. Intussen vertelde ​Jezus​ aan zijn ​leerlingen​ wat er zou gaan gebeuren. Hij zei: 44‘De ​Mensenzoon​ zal uitgeleverd worden. Dat moeten jullie goed onthouden.’ 45De ​leerlingen​ wisten niet wat ​Jezus​ daarmee bedoelde. Ze konden het op dat moment nog niet begrijpen. En ze durfden het ook niet aan ​Jezus​ te vragen. 46De ​leerlingen​ hadden een discussie over wie de belangrijkste ​leerling​ was.

51Jezus​ zou niet lang meer op aarde blijven. Daarom nam hij het besluit om ​naar ​Jeruzalem​ te gaan. 

  • Tekst 28-36 vetgedrukt
  • Zingen LB 314: 3

3 O U/Gij glans der heerlijkheid,

licht uit licht, uit God geboren,

maak ons voor uw heil bereid,

open hart en mond en oren,

dat ons bidden en ons zingen

tot de hemel door mag dringen.

  • Preek Licht over onze donkere werkelijkheid!
  • Zingen LB 560: 1-3 Hij ging de weg zo eenzaam

1 Hij ging de weg zo eenzaam tot in Jeruzalem.

Geen vriend kon langer meegaan,

geen mens hield nog de wacht met hem.

Hij ging die weg voor hen.

Hij deed dit ook voor hen.

2 Hij ging de weg zo eenzaam tot in Jeruzalem.

De beulen die hem sloegen,

bespotten met een doornenkroon.

Hij zweeg en leed voor hen,

Hij deed dit ook voor hen.

3 Hij ging de weg zo eenzaam.

Hij droeg zijn eigen kruis.

Hij bad: Mijn God, vergeef hen!

Hij leed en stierf op Golgotha.

Hij deed dit ook voor ons,

voor allen, ook voor ons.

  • Geloofsbelijdenis
  • Zingen GK Psalm 8a: 1, 3 en 4

1 Heer, onze Heer, hoe heerlijk isuw naam in de geschiedenis,op heel de aarde, wijd en zijd.De hemel zingt uw majesteit. 3 Zie ik uw sterren in de nacht,die hemelhoog geschapen pracht,wat is dan niet het mensenkinddat U/Gij het kent en zo bemint. 4 Geen sterrenhemel houdt hem klein;de mens mag vorst der aarde zijn.U/Gij kroont hem als uw bondgenooten maakt hem bijna goddelijk groot.

  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Zingende Gezegend 212: 2 en 5 (Melodie Op bergen en in dalen)

2 Wie zingt beeft niets te vrezen,
geen duivel en geen dood,
al zou ik niet genezen,
God draagt mij in zijn schoot.
De herder zal ons leiden,
werpt al uw zorg op hem,
Hij zal u plaats bereiden,
ginds ligt Jeruzalem.

 

5 De bloemen op de velden,
de vogels hemelhoog,
de kleinste musjes melden,
God houdt u in het oog.
Wie leeft in dat vertrouwen,
zal achter ieder kruis,
het hemels licht aanschouwen,
Gods pelgrims komen thuis.

  • Lezen Openbaring 21:10b-11, 21-23

De stad kwam vanuit de hemel naar beneden. Ze kwam bij God vandaan, 11en straalde met Gods licht, als een prachtige groene edelsteen. De ​poorten​ in de muur waren gemaakt van twaalf grote parels, elke ​poort​ was gemaakt van één parel. En de straten waren van zuiver, glanzend goud.

22Ik zag geen tempel in de stad. Want daar is geen tempel nodig. De ​Heer, de machtige God, is zelf in de stad, samen met het lam. 23De stad heeft ook het licht van de zon en de maan niet nodig. Want over de stad schijnt een stralend licht, het licht van God en van het lam. 

  • Zegen
GKV Zwolle-West is onderdeel van het landelijke GKV kerkverband. | Privacy verklaring| Website door Inxpact