Agenda

Middagdienst

Kalender
Kerkdiensten De Fontein
Datum
08 december 2019 16:30 - 17:30

Beschrijving

Liturgie zondag 8-12-19 16.30 uur ds Hilbert Meerveld

  • Votum en groet
  • Zingen GKB Psalm 89:1

1 Ik zal zo lang ik leef bezingen in mijn lied
des HEREN milde gunst, het werk aan ons geschied.
Mijn mond verkondigt, HEER, aan komende geslachten
hoe U uw trouw betoont aan hen die U verwachten.
Uw goedertierenheid rijst op en gaat zich welven,
een altijd veilig huis, vast als de hemel zelve.

  • Gebed
  • Zingen Weerklank 103: 1, 2 en 3 (melodie ‘away in a manger’)

1 De dag van vertroosting komt haastig nabij.
De God van verlossing blijkt heerlijk gastvrij.
Hij nodigt ons, mensen, te komen met spoed,
Want ons wachten liefde, geloof, hoop en moed.

2 De tijd van ellende gaat spoedig voorbij,
het lot zal Hij wenden en keren het tij.
Hij nodigt ons, mensen, tot zijn heerlijkheid:
rechtvaardige vrede en raad op zijn tijd.

3 De vorst van de vrede, gebaard in een grot
zal harten bevrijdend verbinden met God.
De weg van genade voert ons tot Gods troon.
Wij juichen en zingen tot eer van Gods Zoon.

  • Lezen Ruth 4 Boaz​ was intussen naar de ​poort​ gegaan en daar gaan zitten. Toen kwam de man voorbij van wie hij gesproken had – zijn naam is niet van belang – en hij zei: ‘Kom hier even bij me zitten.’ De man deed wat hem gevraagd werd. 2Ook vroeg ​Boaz​ tien stadsoudsten plaats te nemen, en ook zij gingen zitten. 3Toen zei hij tegen de man die ook als ​losser​ kon optreden: ‘Het stuk land van onze broeder Elimelech wordt door Noömi, die teruggekeerd is uit ​Moab, verkocht. 4Ik meen dan ook u het volgende te moeten meedelen: U kunt het stuk land kopen ten overstaan van de hier aanwezigen en ten overstaan van de ​oudsten​ van het volk. Als u van plan bent uw rechten te doen gelden, dan kunt u dat doen, zo niet dan moet u mij dat laten weten. U bent de eerste die hiervoor in aanmerking komt, en ik kom na u.’ ‘Ik zal mijn rechten doen gelden,’ zei de man. 5Daarop zei ​Boaz: ‘Wanneer u het stuk land koopt van Noömi, koopt u het ook van ​Ruth, de ​weduwe​ uit ​Moab, en zal de naam van haar overleden man voortleven op zijn land.’ 6Toen zei de man: ‘Dan kan ik mijn rechten niet doen gelden, want dat zou ten koste gaan van mijn eigen familiebezit. Neemt u het maar van mij over, want ik kan het me niet veroorloven. 7-8Koopt u het land maar!’ en hij trok zijn sandaal uit. (Als vroeger een dergelijke koop of ruil rechtsgeldig gemaakt moest worden, bestond er in Israël het gebruik dat men zijn sandaal uittrok en die aan de ander gaf. Zo werd een dergelijke zaak in Israël bekrachtigd.) 9Daarop sprak ​Boaz​ tot de ​oudsten​ en alle anderen die daar waren: ‘U bent er vandaag getuige van dat ik van Noömi het gehele bezit van Elimelech en dat van ​Kiljon​ en ​Machlon​ koop. koop. 10Daarmee neem ik ook ​Ruth​ tot vrouw, de ​Moabitische, de vrouw van ​Machlon, om de naam van haar overleden man te laten voortleven op zijn land. Zo zal zijn naam niet verloren gaan bij zijn verwanten en de inwoners van de stad. U bent daar vandaag getuige van.’ 11‘Ja,’ zeiden de ​oudsten​ en allen die bij de ​poort​ aanwezig waren, ‘daarvan zijn wij getuige. De HEER geve dat de vrouw die in uw ​huis​ komt zal zijn als ​Rachel​ en Lea, die beiden het ​huis​ van Israël groot hebben gemaakt, zodat ook u groot zult zijn in Efrata en uw naam in Betlehem zal voortbestaan. 12Moge uw ​huis​ worden als het ​huis​ van Peres, de zoon van Tamar en ​Juda, en wel door de ​kinderen​ die de HEER u bij deze jonge vrouw zal geven.’ 13Daarna nam ​Boaz​ ​Ruth​ bij zich, zij werd zijn vrouw, en hij sliep met haar. De HEER liet haar zwanger worden en ze baarde een zoon. 14De vrouwen zeiden tegen Noömi: ‘Geprezen zij de HEER, die jou vandaag iemand gegeven heeft die voor je zorgen zal. Moge zijn naam in Israël blijven voortbestaan! 15Hij zal je je levensvreugde teruggeven en je onderhouden als je oud bent, want je schoondochter, die je liefheeft en die meer waard is dan zeven zonen, heeft hem gebaard.’ 16Noömi nam de jongen op haar schoot en bleef hem vanaf dat moment verzorgen. 17De buurvrouwen gaven hem zijn naam. ‘Noömi heeft een zoon gekregen,’ zeiden ze, en ze noemden hem Obed. Hij is de vader van ​Isaï, die de vader is van ​David. 18Dit zijn de nakomelingen van Peres: Peres verwekte Chesron, 19Chesron verwekte Ram, Ram verwekte Amminadab, 20Amminadab verwekte Nachson, Nachson verwekte Salmon, 21Salmon verwekte ​Boaz, ​Boaz​ verwekte Obed, 22Obed verwekte ​Isaï, en ​Isaï​ verwekte ​David.
  • Zingen Opwekking 770 Ik zal er zijn

Hoe wonderlijk mooi Is uw eeuwige naam.
Verborgen aanwezig Deelt u mijn bestaan.
Waar ik ben bent U, Wat een kostbaar geheim.
Uw naam is ‘Ik ben’ en ‘Ik zal er zijn’.

Een naam in de wolken Als teken van trouw,
Staat boven mijn leven, zegt: Ik ben bij jou!
In tijden van vreugde Maar ook van verdriet,
Ben ik bij U veilig, U die mij ziet.

Refrein ‘Ik ben die ik ben’ is uw eeuwige naam.
             Onnoembaar aanwezig Deelt u mijn bestaan.
             Hoe adembenemend, Ontroerend dichtbij;
             Uw naam is ‘Ik ben’ en ‘Ik zal er zijn’.

De toekomst is zeker, ja eindeloos goed.
Als ik eens moet sterven, Als ik U ontmoet,
Dan droogt U mijn tranen, U noemt zelfs mijn naam.
U blijft bij mij Jezus, laat mij niet gaan.

Naam aller namen, Aan U alle eer.
Niets kan mij ooit scheiden Van Jezus, mijn Heer:
Geen dood en geen leven, Geen moeite of pijn.
Ik zal eeuwig zingen, dicht bij U zijn.      Refrein

Uw naam is ‘Ik ben’ en ‘Ik zal er zijn’

  • Preek
  • Zingen GKB Gezang 47 in wisselzang

A 1 Mijn ziel verheft Gods eer; mijn geest mag blij den Heer
mijn Zaligmaker noemen, die, in haar lage staat,
zijn dienstmaagd niet versmaadt, maar van zijn gunst doet roemen.

V 2 Om wat God heeft gedaan zal elk geslacht voortaan
alom mij zalig spreken; o groot geheimenis
dat mij geschonken is. Zijn almacht is gebleken.

M 3 Hoe heilig is zijn Naam! Laat volk bij volk te saam
barmhartigheid verwachten, nu Hij de zaligheid
voor wie Hem vreest, bereidt door al de nageslachten.

V 4 Des Heren kracht is groot; zijn arm verstrooit, verstoot
die hoog zijn in hun ogen. Hun tronen zijn niet meer,
maar gunstrijk wil de Heer eenvoudigen verhogen.

M 5 De Heer vervult met goed uit 's hemels overvloed
der hongerigen monden. Hij ziet geen rijken aan,
maar heeft met al hun waan hen ledig weggezonden.

A 6 Hij trok Zich Israël aan, Hij laat niet hulpeloos staan
die Abrams troost verwachten. Groot en in eeuwigheid
is Gods barmhartigheid voor duizenden geslachten.

  • Geloofsbelijdenis
  • Zingen Opwekking 268

Hij kwam bij ons, heel gewoon,
de Zoon van God als mensenzoon.
Hij diende ons als een knecht
en heeft zijn leven afgelegd.

Refrein  Zie onze God, de Koning-knecht,
             Hij heeft zijn leven afgelegd.
             Zijn voorbeeld roept
             om te dienen iedere dag,
             gedragen door
             zijn liefde en kracht.

En in de tuin van de pijn
verkoos Hij als een lam te zijn,
verscheurd door angst en verdriet
maar toch zei Hij: 'Uw wil geschied'.      Refrein

Zie je de wonden zo diep.
De hand die aard en hemel schiep,
vergaf de hand die Hem sloeg.
De Man, die onze zonden droeg.          Refrein

Wij willen worden als Hij.
Elkanders lasten dragen wij.
Wie is er nederig en klein?
Die zal bij ons de grootste zijn.             Refrein

  • Dankgebed
  • Zingen GKB 141: 1 en 3

1 Dankt, dankt nu allen God
met hart en mond en handen,
die grote dingen doet hier en in alle landen,
die ons van kindsbeen aan,
ja, van de moederschoot,
zijn vaderlijke hand en trouwe liefde bood.

3 Lof, eer en prijs zij God,
die troont in 't licht daarboven.
Hem, Vader, Zoon en Geest
moet heel de schepping loven.
Van Hem, de ene Heer, gaf het verleden blijk,
het heden zingt zijn eer, de toekomst is zijn rijk.

  • Zegen
GKV Zwolle-West is onderdeel van het landelijke GKV kerkverband. | Privacy verklaring| Website door Inxpact