Middagdienst

Kalender
Kerkdiensten De Fontein
Datum
09 december 2018 16:30

Beschrijving

Voorganger: Pim Poortinga

• Votum en groet
• Zingen DNP Psalm 131
1. Ik wil mij niet verheffen, HEER: ik kijk niet op een ander neer.
Wat uitgaat boven mijn verstand wijs ik bescheiden van de hand.

2. Ik kies de stilte, doelbewust, en breng mezelf tot diepe rust.
Ik houd mij klein, zoals een kind dat bij zijn moeder vrede vindt.

3. Niet altijd wordt mijn wens vervuld, toch ben ik stil en heb geduld.
Wacht, Israël, zo op de HEER, verwacht Hem nu en altijd weer!

• Gebed

• Zingen DNP Psalm 141: 1,2,3,4
1. HEER, ik strek naar U beide handen verlangend uit; verhoor en red.
Schiet mij te hulp, laat mijn gebed als wierook geurig voor U branden.

2. Wees bij mij als ik wil gaan praten. Geef dat ik geen onwaarheid zeg,
mijn woorden op een goudschaal leg. Help mij het lasteren te laten.

3. Zorg dat ik mij niet laat verleiden, dat ik niet meega in het kwaad,
niet eet en drink in overdaad en slechte vrienden zal vermijden.

4. Van wie wijs zijn wil ik graag leren; ik sla hun goede raad niet af.
Hun reprimande is geen straf; ik laat me dankbaar corrigeren.

• Lezen NBV Lucas 15:1-2 en 11-32
1 Alle tollenaars en zondaars kwamen hem opzoeken om naar hem te luisteren. 2 Maar zowel de farizeeën als de schriftgeleerden zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’
11 Vervolgens zei hij: ‘Iemand had twee zonen. 12 De jongste van hen zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.” De vader verdeelde zijn vermogen onder hen. 13 Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit en reisde af naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen verkwistte. 14 Toen hij alles had uitgegeven, werd dat land getroffen door een zware hongersnood, en begon hij gebrek te lijden. 15 Hij vroeg om werk bij een van de inwoners van dat land, die hem op het veld zijn varkens liet hoeden. 16 Hij had graag zijn maag willen vullen met de peulen die de varkens te eten kregen, maar niemand gaf ze hem. 17 Toen kwam hij tot zichzelf en dacht: De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger. 18 Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, 19 ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.” 20 Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader. Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem. 21 “Vader,” zei zijn zoon tegen hem, “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.” 22 Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen. 23 Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren, 24 want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren. 25 De oudste zoon was op het veld. Toen hij naar huis ging en al dichtbij was, hoorde hij muziek en gedans. 26 Hij riep een van de knechten bij zich en vroeg wat dat te betekenen had. 27 De knecht zei tegen hem: “Uw broer is thuisgekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.” 28 Hij werd woedend en wilde niet naar binnen gaan, maar zijn vader kwam naar buiten en trachtte hem te bedaren. 29 Hij zei tegen zijn vader: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren.
30 Maar nu die zoon van u is thuisgekomen die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.” 31 Zijn vader zei tegen hem: “Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou. 32 Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden.”’

• Zingen E&R 230 Jezus is de goede herder
Jezus is de goede herder. Jezus Hij is overal.
Jezus is de goede herder, brengt mij veilig naar de stal

Als je 's avonds niet kunt slapen. Als je bang in 't donker bent.
Denk dan eens al die schapen, die de heer bij name kent

Jezus is de goede herder. Jezus hij is overal.
Jezus is de goede herder. Brengt mij veilig naar de stal.

En wanneer je soms alleen bent en je hart is vol verdriet.
Denk dan aan de goede herder. Hij vergeet Zijn schaapjes niet.

Jezus is de goede herder. Jezus Hij is overal.
Jezus is de goede herder. Brengt mij veilig naar de stal.

• Preek
• Geloofsbelijdenis

• Zingen GKB gezang 153
1 Zoals een arm, vertroostend om mij heen, zo teder ligt uw liefde om mijn leven.
Ben ik soms moe en moederziel alleen op smalle paden en langs steile wegen
en is mijn hart zo hard gelijk een steen, U streelt mij zacht, uw vingers zijn een zegen.

2 Zoals een arm, een uitgestoken hand, zoals het licht dat glimlacht in de bomen,
zoals een wolkbreuk boven dorstig land, zo bent U menigmaal tot mij gekomen,
als ik door nacht en ontij overmand niets anders zag dan doden in mijn dromen.

3 Zoals een klauw, een ijzersterke tang, zo is de angst: ijskoud en ongenadig,
een beest, een geest, een spookbeeld nachtenlang. Hoe anders U!, o God, hoe warm, hoe weldadig
zegt mij uw stem: Mijn kind, wees maar niet bang; als Ik het wil, is zelfs de dood genadig!

4 Zoals een arm, zo vriendelijk en zacht hebt U uw liefde om mij heen geslagen;
altijd als ik geen morgen meer verwacht vraagt U vandaag het nog met U te wagen.
Mijn God, al moet ik door de langste nacht, U zult mij slapend in uw armen dragen!

• Gebed
• Zingen GKB gezang 134: 1,3,4,6
1 O grote Christus, eeuwig licht, niets is bedekt voor uw gezicht,
die ons bestraalt, waar wij ook gaan, al schijnt geen zon, al licht geen maan.

3 Houd ons gemoed voor U bereid, opdat het blij Uw komst verbeidt,
daar 't in een stil vertrouwen leeft, dat U ons onze schuld vergeeft.

4 Bescherm ons in den bange tijd van zielsverzoeking en van strijd.
Laat nooit de boze vijand toe, dat hij ons enig hinder doe.

6 O Vader, dat uw liefde ons blijk', o Zoon, maak ons uw beeld gelijk,
o Geest, zend uwen troost ons neer. Drie-enig God, U zij al d' eer.

• Zegen

GKV Zwolle-West is onderdeel van het landelijke GKV kerkverband. | Privacy verklaring| Website door Inxpact