Middagdienst

Kalender
Kerkdiensten De Fontein
Datum
22 april 2018 16:30

Beschrijving

Voorganger: Wubbo van Herwijnen

Liturgie

  • Votum en Groet
  • Zingen GKB Psalm 100:1,2,3,4

1 Juicht, alle volken, prijst de HEER!
Dient God met vreugde, geeft Hem eer.
Komt, jubelt voor zijn aangezicht
en wandelt vrolijk in zijn licht.

2 De HEER is God, erkent zijn macht,
Hij schiep ons door zijn grote kracht.
Wij zijn van Hem in eeuwigheid,
zijn volk, de schapen die Hij weidt.

3 Gaat zingend door zijn tempelpoort,
zet in zijn voorhof 't zingen voort,
zingt daar zijn grote naam ter eer,
zingt tot zijn glorie, looft de HEER!

4 Want goedertieren is de HEER,
zijn goedheid eindigt nimmermeer,
zijn trouw en waarheid houden kracht
tot in het verste nageslacht. 

  • Gebed
  • Lezen Johannes 21: 1-25

Hierna verscheen Jezus weer aan de leerlingen, nu bij het Meer van Tiberias. Dat gebeurde als volgt. 2 Bij het meer waren Simon Petrus en Tomas (dat betekent ‘tweeling’), Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee andere leerlingen. 3 Petrus zei: ‘Ik ga vissen.’ ‘Wij gaan met je mee,’ zeiden de anderen. Ze stapten in de boot, maar de hele nacht vingen ze niets. 4 Toen het al ochtend werd, stond Jezus op de oever, al wisten de leerlingen niet dat het Jezus was. 5 Hij riep: ‘Hebben jullie soms iets te eten?’ ‘Nee,’ antwoordden ze. 6 ‘Gooi het net aan stuurboord uit,’ riep Jezus, ‘dan lukt het wel.’ Ze wierpen het net uit en er zat zo veel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken. 7 De leerling van wie Jezus hield zei tegen Petrus: ‘Het is de Heer!’ Zodra Simon Petrus dat hoorde, schortte hij zijn bovenkleed op – meer had hij niet aan – en sprong in het water. 8 De andere leerlingen kwamen met de boot en sleepten het net vol vis achter zich aan. Ze waren niet ver van de oever, ongeveer tweehonderd el. 9 Toen ze aan land kwamen zagen ze een vuurtje met vis erop en brood. 10 Jezus zei: ‘Breng ook wat van de vis die jullie net gevangen hebben.’ 11 Simon Petrus ging weer aan boord en trok het net aan land. Het zat vol grote vissen, welgeteld honderddrieënvijftig, en toch scheurde het niet. 12 Jezus zei tegen hen: ‘Kom, eet iets.’ Geen van de leerlingen durfde hem te vragen wie hij was, ze begrepen dat het de Heer was. 13 Jezus nam het brood en gaf hun ervan, en hij gaf hun ook vis. 14 Dit was al de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen nadat hij uit de dood was opgestaan.
15 Toen ze gegeten hadden, sprak Jezus Simon Petrus aan: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?’ Petrus antwoordde: ‘Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.’ Hij zei: ‘Weid mijn lammeren.’ 16 Nog eens vroeg hij: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je me lief?’ Hij antwoordde: ‘Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.’ Jezus zei: ‘Hoed mijn schapen,’ 17 en voor de derde maal vroeg hij hem: ‘Simon, zoon van Johannes, houd je van me?’ Petrus werd verdrietig omdat hij voor de derde keer vroeg of hij van hem hield. Hij zei: ‘Heer, u weet alles, u weet toch dat ik van u houd.’ Jezus zei: ‘Weid mijn schapen. 18 Waarachtig, ik verzeker je: toen je jong was deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je gordel omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt.’ 19 Met deze woorden duidde hij aan hoe Petrus zou sterven tot eer van God. Daarna zei hij: ‘Volg mij.’ 20 Toen Petrus zich omdraaide zag hij dat de leerling van wie Jezus hield hen volgde – de leerling die zich tijdens de maaltijd naar Jezus toegebogen had om te vragen wie het was die hem zou verraden. 21 Toen Petrus hem zag vroeg hij Jezus: ‘En wat gebeurt er met hem, Heer?’ 22 Maar Jezus antwoordde: ‘Het is niet jouw zaak of hij in leven blijft totdat ik kom. Maar jij moet mij volgen.’ 23 Op grond van deze uitspraak hebben sommige broeders en zusters gedacht dat deze leerling niet zou sterven, maar Jezus had niet gezegd: ‘Hij zal niet sterven,’ maar: ‘Het is niet jouw zaak of hij in leven blijft totdat ik kom.’ 24 Het is deze leerling die over dit alles getuigenis aflegt, en het ook heeft opgeschreven. Wij weten dat zijn getuigenis betrouwbaar is. 25 Jezus heeft nog veel meer gedaan: als al zijn daden, een voor een, opgeschreven zouden worden, zou de wereld, denk ik, te klein zijn voor de boeken die dan geschreven moesten worden.

  • Zingen Opwekking 488

Heer ik kom tot U Neem mijn hart verander mij
Als ik U ontmoet, vind ik rust bij U
Want Heer ik heb ontdekt, dat als ik aan uw voeten ben,
trots en twijfel wijken, voor de kracht van Uw liefde

Refrein
Houd mij vast, laat Uw liefde stromen
Houd mij vast, heel dicht bij Uw hart
Ik voel Uw kracht, en stijg op als een arend
Dan zweef ik op de wind, gedragen door Uw Geest,
En de kracht van Uw liefde.

Heer kom dichter bij, dan kan ik Uw schoonheid zien
En Uw liefde voelen diep in mij en Heer leer mij Uw wil,
zodat ik U steeds dienen kan. En elke dag mag leven
Door de kracht van Uw liefde. Refrein 2x

Slot 2x
Dan zweef ik op de wind, gedragen door Uw Geest,
En de kracht van Uw liefde.

  • Preek Een nieuw begin
  • Zingen GKB Gezang 119:1,2

1 De kerk van alle tijden
kent slechts één vaste grond:
't is Christus, die door lijden
zijn volk aan Zich verbond.
Om haar als bruid te werven,
kwam Hij ten hemel af.
't Was Hij die door zijn sterven
aan haar het leven gaf.

2 Uit ieder volk verkoren,
toch in haar Heiland één,
is zij door Hem herboren,
blijft dit haar kracht alleen:
één Geest, één vast vertrouwen
één doop, één heilige dis,
één Heer, op wie te bouwen
haar troost en rijkdom is.

  • Geloofsbelijdenis
  • Zingen GKB Gezang 119:3,4,5

3 God houdt zijn kerk in leven,
hoe ook bespot, verdrukt,
door dwalingen omgeven,
verscheurd, uiteengerukt.
Al roepen van de tinnen
de wachters nog: Hoe lang?
Straks gaat de dag beginnen
en 't klagen wordt gezang.

4 In rampspoed, moeite en zorgen,
in 't heetste van de strijd,
wacht zij de grote morgen,
de vrede voor altijd.
Tot eens haar hunkerend' ogen
aanschouwen, blij ontroerd,
hoe God haar komt verhogen
en tot victorie voert.

5 Nog weet zij zich verbonden
in haar drie-enige Heer
met wie zijn trouw bevonden,
de strijders van weleer.
Een wolk van Godsgetuigen
omringt ons in de strijd,
tot wij met hen ons buigen,
gekroond met heerlijkheid.

  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen GKB Ps 63:2,3

2 Uw liefde is het hoogste goed
dat U, o God, mij hebt gegeven,
uw trouw is beter dan het leven,
U bent het die mij juichen doet.
Ik wil U prijzen al mijn dagen,
waartoe uw goedheid mij bewoog,
mijn handen hef ik naar omhoog,
om heel mijn hart U op te dragen.

3 Dit is de spijze die mij voedt,
dat ik U prijs in stille nachten
en overleg in mijn gedachten,
hoe U mij altijd hebt behoed.
U wilt mij met uw vleugels dekken.
Dan juicht mijn ziel, uw naam ter eer,
zij hangt geheel U aan, o Heer.
Geen mens kan uit uw hand mij trekken.

  • Zegen

 

GKV Zwolle-West is onderdeel van het landelijke GKV kerkverband. | Privacy verklaring| Website door Inxpact