Avonddienst - Goede Vrijdag

Kalender
Kerkdiensten De Fontein
Datum
19 april 2019 19:30

Beschrijving

 

 

LITURGIE 15 april 2019

Voorganger: ds. Han Hagg

m.m.v. Magnify

  • Zingen Opwekking 657  Magnify en gemeente

Zie, de dag breekt aan vol van duisternis, Christus op weg naar Golgota.
Zondaars grepen Hem en bespotten Hem, sloegen Hem aan een kruis.

Refrein            Zie het kruis, voel zijn kracht: Christus droeg onze straf;
                       werd veracht, maar Hij bracht vergeving, stervend aan het kruis.

O, te zien hoe pijn uw gelaat vervormt, als al die zonde op U drukt.
Bitterheid, verraad, elke slechte daad kroont uw bebloed gezicht.                    Refrein

Nu dooft al het licht en de aarde beeft, want Hij, haar Maker, buigt zijn hoofd.
Zie de voorhang scheurt, doden leven weer. Dank God, het is volbracht!           Refrein

Ik zie ook mijn naam in uw wonden staan, want door uw lijden ben ik vrij.
Dood is weggevaagd en nu leef ik weer, doordat uw liefde won.

Zie het kruis, voel zijn kracht: Lam van God werd geslacht;
maar Hij leeft en Hij geeft vergeving, want het is volbracht!

  • Votum en groet.
  • Gebed
  • Zingen LB 562

Ik wil mij gaan vertroosten in ’t lijden van mijn heer
Die zelf bedroefd ten dode terneerboog keer op keer
En zocht in zijn ellende naar troost om voort te gaan,
Tot Hem wil ik mij wenden O Jezu, zie mij aan.

Hoe sloeg ik ooit uw woorden weerspannig in de wind,
Wilde niet zien of horen hoezeer ik werd bemind,
Mijn leven liep verloren, Uw stem bracht mij tot staan,
U bidt voor wie U hoonden O Jesu, zie mij aan.

Mijn Heer, die om mijn zonden in doem en duisternis
Ontluisterd en geschonden aan ’t kruis gehangen is,
Al ben ik U onwaardig, mijn toevlucht is uw naam,
Mijn redder, mijn genade O Jesu, zie mij aan.

  • Zingen Sela  Via Dolorosa

Langs de Via Dolorosa in Jeruzalem die dag, verdrongen zich de mensen in de straat.
Daar staarden ze Hem na: de man die sterven moest op Golgotha.

Langs de Via Dolorosa, heel die lange lijdensweg, ging de Christus, onze Koning als een lam.
Maar omdat Hij van ons hield met heel zijn hart, is Hij gegaan, langs de Via Dolorosa, heel de weg naar Golgotha.

Er kwam bloed uit al zijn wonden, uit de striemen op zijn rug,  uit de kroon van doornen om zijn hoofd geklemd. En Hij droeg met elke stap de hoon van hen die schreeuwden: “Kruisigt Hem!”.
Zijn kruis werd een troon, zijn bloed wast ons schoon en het stroomt door het hart van Jeruzalem.

  • Lezing NBV Joh. 18: 28-40 

28 Jezus werd van Kajafas naar het pretorium gebracht. Het was nog vroeg in de morgen. Zelf gingen ze niet naar binnen, om zich niet te verontreinigen voor het pesachmaal. 29 Daarom kwam Pilatus naar buiten en vroeg: ‘Waarvan beschuldigt u deze man?’ 30 Ze antwoordden: ‘Als hij geen misdadiger was, zouden we hem niet aan u uitgeleverd hebben.’ 31 Pilatus zei: ‘Neem hem dan mee, en veroordeel hem volgens uw eigen wet.’ Maar de Joden wierpen tegen: ‘Wij hebben het recht niet om iemand ter dood te brengen.’ 32 Zo ging de uitspraak van Jezus in vervulling waarin hij aanduidde welke dood hij sterven zou. 33 Nu ging Pilatus het pretorium weer in. Hij liet Jezus bij zich komen en vroeg hem: ‘Bent u de koning van de Joden?’ 34 Jezus antwoordde: ‘Vraagt u dit uit uzelf of hebben anderen dit over mij gezegd?’ 35 ‘Ik ben toch geen Jood,’ antwoordde Pilatus. ‘Uw volk en uw hogepriesters hebben u aan mij uitgeleverd – wat hebt u gedaan?’ 36 Jezus antwoordde: ‘Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. Als mijn koningschap bij deze wereld hoorde, zouden mijn dienaren wel gevochten hebben om te voorkomen dat ik aan de Joden werd uitgeleverd. Maar mijn koninkrijk is niet van hier.’ 37 Pilatus zei: ‘U bent dus koning?’ ‘U zegt dat ik koning ben,’ zei Jezus. ‘Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat ik zeg.’ 38 Hierop zei Pilatus: ‘Maar wat is waarheid?’  Na deze woorden ging hij weer naar de Joden buiten. ‘Ik heb geen schuld in hem gevonden,’ zei hij. 39 ‘Maar het is bij u gebruikelijk dat ik met Pesach iemand vrijlaat – wilt u dat ik de koning van de Joden vrijlaat?’ 40 Toen begon iedereen te schreeuwen: ‘Hem niet, maar Barabbas!’ Barabbas was een misdadiger.

  • Zingen LB 587 :3
  1. Hemelse koning, door God uitgekozen, waarom staat U terecht als rechteloze?
    U hebt geen schuld, de waarheid is geschonden. U draagt mijn zonden.
  • Meditatie: ‘Wat hebt u gedaan?’
  • Zingen LB 534

Hij die de blinden weer liet zien, hun ogen kleur liet ondervinden,
is zelf het licht dat ruimte geeft, ons levenslicht, de Zoon van God.

Hij die de lammen lopen liet, hun dode krachten deed ontvlammen,
is zelf de weg tot waar geluk: ons levenspad, de Zoon van God.

Hij die de armen voedsel gaf, met overdaad hen kwam verwarmen,
is zelf het brood dat honger stilt: ons levensbrood, de Zoon van God.

Hij die de doven horen deed, hun eigen oren deed geloven,
is zelf het woord dat waarheid spreekt: het levend woord, de Zoon van God.

  • Lezing NBV Joh. 19: 1-16a

1 Toen liet Pilatus Jezus geselen. 2 De soldaten vlochten een kroon van doorntakken, zetten die op zijn hoofd en deden hem een purperen mantel aan. 3 Ze liepen naar hem toe en zeiden: ‘Leve de koning van de Joden!’, en ze sloegen hem in het gezicht. 4 Pilatus liep weer naar buiten en zei: ‘Ik zal hem hier buiten aan u tonen om u duidelijk te maken dat ik geen enkel bewijs van zijn schuld heb gevonden.’ 5 Daarop kwam Jezus naar buiten, met de doornenkroon op en de purperen mantel aan. ‘Hier is hij, de mens,’ zei Pilatus. 6 Maar toen de hogepriesters en de gerechtsdienaars hem zagen begonnen ze te schreeuwen: ‘Kruisig hem, kruisig hem!’ Toen zei Pilatus: ‘Neem hem dan maar mee en kruisig hem zelf, want ik zie niet waaraan hij schuldig is.’ 7 De Joden zeiden: ‘Wij hebben een wet die zegt dat hij moet sterven, omdat hij zich de Zoon van God heeft genoemd.’ 8 Toen Pilatus dat hoorde werd hij erg bang. 9 Hij ging het pretorium weer in en vroeg aan Jezus: ‘Waar komt u vandaan?’ Maar Jezus gaf geen antwoord. 10 ‘Waarom zegt u niets tegen mij?’ vroeg Pilatus. ‘Weet u dan niet dat ik de macht heb om u vrij te laten of u te kruisigen?’ 11 Jezus antwoordde: ‘De enige macht die u over mij hebt, is u van boven gegeven. Daarom draagt degene die mij aan u uitgeleverd heeft de meeste schuld.’ 12 Vanaf dat moment wilde Pilatus hem vrijlaten. Maar de Joden riepen: ‘Als u die man vrijlaat bent u geen vriend van de keizer, want iedereen die zichzelf tot koning uitroept pleegt verzet tegen de keizer.’ 13 Pilatus hoorde dat, liet Jezus naar buiten brengen en nam plaats op de rechterstoel op het zogeheten Mozaïekterras, in het Hebreeuws Gabbata. 14 Het was rond het middaguur op de voorbereidingsdag van Pesach. Pilatus zei tegen de Joden: ‘Hier is hij, uw koning.’ 15 Meteen schreeuwden ze: ‘Weg met hem, weg met hem, aan het kruis met hem!’ Pilatus vroeg: ‘Moet ik uw koning kruisigen?’ Maar de hogepriesters antwoordden: ‘Wij hebben geen andere koning dan de keizer!’ 16 Toen droeg Pilatus hem aan hen over om hem te laten kruisigen.

  • Zingen             Opwekking 706

Zie hoe Jezus lijdt voor mij, aan het kruis de dood nabij. Die voor mij het oordeel draagt,
Hij die tot zonde wordt gemaakt. Wat een offer, Hij voor mij!  Wie wil worden zoals Hij?
Zoveel pijn, ongerechtigheid, is op Hem die voor mij strijdt.

Zie hoe Jezus biddend strijdt, met de pijn, verlatenheid.
Zo alleen, verwond, roept Hij: Mijn God, waarom verlaat U Mij?
Zie wat Jezus heeft gedaan, in Zijn lijden heeft doorstaan.
Zoveel liefde verwondert mij, niemand heeft zo lief als Hij.

Als de Heer Zijn leven geeft, vlucht de dag, de aarde beeft.
Zelfs de dood verliest haar macht als Jezus roept: Het is volbracht!
Waarlijk, Hij is Zoon van God, die voor ons gekruisigd wordt.
Door Zijn wonden genezen wij  in Zijn dood maakt Hij ons vrij.

Heel de schepping slaakt een zucht, zij ontwaakt, het duister vlucht.
Jezus leeft, is opgestaan, Hij roept ons uit de dood vandaan.
Juicht want Hij, mijn Here leeft, Hij die overwonnen heeft.
Nooit meer tranen, en nooit meer pijn. Nooit van God verlaten zijn.

Juicht wat Hij, mijn Here leeft, Hij die ons de toekomst geeft.
Nooit meer tranen, en nooit meer pijn. Nooit van God verlaten zijn.

  • Lezing NBV Joh.19: 16b-30 ‘Het is volbracht’

16 Zij voerden Jezus weg; 17 hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, in het Hebreeuws Golgota. 18 Daar kruisigden ze hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. 19 Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op ‘Jezus uit Nazaret, koning van de Joden’.20 Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, en omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag, werd deze inscriptie door veel Joden gelezen. 21 De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: ‘U moet niet “koning van de Joden” schrijven, maar “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”.’ 22 ‘Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’ was het antwoord van Pilatus. 23 Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden. 24 Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag.’ Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt: ‘Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn gewaad.’ Dat is wat de soldaten deden. 25 Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala. 26 Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ 27 en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis. 28 Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’ 29 Er stond daar een vat zure wijn; ze staken er een majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond. 30 Nadat Jezus ervan gedronken had zei hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.

  • Zingen Magnify Opwekking 657
  • Lezen NBV Johannes 10: 11  en 14-19

11Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen. 14 Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, 15 zoals de Vader mij kent en ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen. 16 Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook die moet ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder. 17 De Vader heeft mij lief omdat ik mijn leven geef, om het ook weer terug te nemen.

18 Niemand neemt mijn leven, ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen – dat is de opdracht die ik van mijn Vader heb gekregen.’ 19 Opnieuw ontstond er verdeeldheid onder de Joden om wat hij zei. 20 Veel mensen zeiden: ‘Hij is bezeten, hij is gek. Waarom luisteren jullie nog naar hem?’ 21 Maar anderen zeiden: ‘Dit zijn niet de woorden van iemand die bezeten is, en een demon kan de ogen van blinden niet openen.

  • Danklied Magnify Because the Lord is my Shepherd (naar Psalm 23)
  • Lezen NBV Joh. 19: 31-41

31 Het was voorbereidingsdag, en de Joden wilden voorkomen dat de lichamen op sabbat, en nog wel een bijzondere sabbat, aan het kruis zouden blijven hangen. Daarom vroegen ze Pilatus of de benen van de gekruisigden gebroken mochten worden en of ze de lichamen mochten meenemen. 32 Toen braken de soldaten de benen van de eerste die tegelijk met Jezus gekruisigd was, en ook die van de ander. 33 Vervolgens kwamen ze bij Jezus, maar ze zagen dat hij al gestorven was. Daarom braken ze zijn benen niet. 34 Maar een van de soldaten stak een lans in zijn zij en meteen vloeide er bloed en water uit. 35 Hiervan getuigt iemand die het zelf heeft gezien, en zijn getuigenis is betrouwbaar. Hij weet dat hij de waarheid spreekt en wil dat ook u gelooft.36 Zo ging de Schrift in vervulling: ‘Geen van zijn beenderen zal verbrijzeld worden.’ 37 Een andere schrifttekst zegt: ‘Zij zullen hun blik richten op hem die ze hebben doorstoken.’ 38 Na deze gebeurtenissen vroeg Josef uit Arimatea – die uit vrees voor de Joden in het geheim een leerling van Jezus was – aan Pilatus of hij het lichaam van Jezus mocht meenemen. Pilatus gaf toestemming en Josef nam het lichaam mee.39 Nikodemus, die destijds ’s nachts naar Jezus toe gegaan was, kwam ook; hij had een mengsel van mirre en aloë bij zich, wel honderd litra. 40 Ze wikkelden Jezus’ lichaam met de balsem in linnen, zoals gebruikelijk is bij een Joodse begrafenis. 41 Dicht bij de plaats waar Jezus gekruisigd was lag een olijfgaard, en daar was een nieuw graf, waarin nog nooit iemand begraven was. 42 Omdat het voor de Joden voorbereidingsdag was en dat graf dichtbij was, legden ze Jezus daarin.

  • Zingen GK Gez. 176:2,3

2 k Geloof in God de Zoon, zijn enig kind, in Jezus, redder van de zonden,
zodat geen kwaad de machtsstrijd wint. Bevrijder is Hij door zijn wonden,
de Christus, onze sterke Heer, die ik als Priester-Koning eer,
Profeet en allerhoogste Leraar. Ontvangen van de Heilge Geest,
geboren uit de maagd Maria, is Hij als mens bij ons geweest.

3 Gods oordeel heeft Hij moeten ondergaan als onze Middelaar, de Christus;
Hij heeft als offerlam gestaan voor rechter Pontius Pilatus.
Hij leed aan 't kruis, door God vervloekt, schonk leven door zijn kostbaar bloed.
Hij stierf voor ons en werd begraven; met helse straf heeft Hij betaald.
Nu zal ik zonden steeds meer haten, zie hoe het eeuwig leven straalt.

  • Dankgebed 
  • Zingen GKB 2006 Gez. 89:1,3,4

1 Jezus, leven van mijn leven, Jezus, dood van mijnen dood,
die voor mij U hebt gegeven in de bangste zielennood,
opdat 'k weten zou in 't sterven, dat ik 't leven mag beërven.
Duizend-, duizendmaal, o Heer, zij U daarvoor dank en eer.

3 Heer, verzoener van mijn zonden, Heiland, die mij hebt gezocht,
die mijn banden hebt ontbonden en voor God mij vrijgekocht,
eens onrein in schuld verloren, ben ik door uw Geest herboren.
Duizend-, duizendmaal, o Heer, zij U daarvoor dank en eer.

4 Dank, mijn Heiland, voor uw lijden, voor uw bittere bange nood,
voor uw heilig, biddend strijden, voor uw trouw tot in de dood.
Voor de wonden, U geslagen, voor het kruis, door U gedragen,
voor al 't heil aan mij geschied, prijst U eeuwiglijk mijn lied. 

  • Zegen, afgesloten bij wijze van ‘amen’ met de laatste twee regels van GK 209:
    • U zij de glorie, opgestane Heer,
    • U zij de victorie, nu en altijd weer
  • Collecte bij de uitgang.
GKV Zwolle-West is onderdeel van het landelijke GKV kerkverband. | Privacy verklaring| Website door Inxpact