Morgendienst 2 (sectie 1-3) - Viering Heilig Avondmaal

Kalender
Kerkdiensten De Fontein
Datum
13 januari 2019 11:00

Beschrijving

Voorganger: ds.  Maarten van Loon

• Votum en zegengroet
• Zingen GKB Psalm 122: 1, 2
1 Ik was verheugd, toen men mij zei: Laat ons naar 't huis de HEREN gaan,
om voor Gods aangezicht te staan. Kom, ga met ons en doe als wij.
Jeruzalem, dat ik bemin, nu treden wij uw poorten in. Daar staan, o Godsstad, onze voeten.
Jeruzalem is hecht gebouwd, wel saam gevoegd, wie haar aanschouwt,
zal haar als stad van vrede groeten.

2 De stammen, naar Gods naam genoemd, gaan daarheen op, naar zijn bevel.
Een voorschrift is voor Israël, dat elk des HEREN naam daar roemt.
Jeruzalem, dat ik bemin, nu treden wij uw poorten in. Uw vrede moge ons geleiden.
Want ook de zetels van het recht van 't huis van David, 's HEREN knecht,
staan daar om onrecht te bestrijden.

• Gebed
• Schriftlezing NBV Lucas 2: 40-52
40 Het kind groeide op, werd sterk en was begiftigd met wijsheid; Gods genade rustte op hem. 41 Zijn ouders gingen jaarlijks voor het pesachfeest naar Jeruzalem. 42 Toen hij twaalf jaar was, maakten ze weer hun gebruikelijke pelgrimstocht. 43 Na afloop van het feest vertrokken ze naar huis, maar Jezus bleef in Jeruzalem achter zonder dat zijn ouders het wisten. 44 In de veronderstelling dat hij zich bij het reisgezelschap bevond, reisden ze een hele dag voordat ze hem overal onder hun verwanten en bekenden begonnen te zoeken. 45 Toen ze hem niet vonden, keerden ze terug naar Jeruzalem om hem daar te zoeken. 46 Na drie dagen vonden ze hem in de tempel, waar hij tussen de leraren zat, terwijl hij naar hen luisterde en hun vragen stelde. 47 Allen die hem hoorden stonden versteld van zijn inzicht en zijn antwoorden. 48 Toen zijn ouders hem zagen, waren ze ontzet, en zijn moeder zei tegen hem: ‘Kind, wat heb je ons aangedaan? Je vader en ik hebben met angst in het hart naar je gezocht.’ 49 Maar hij zei tegen hen: ‘Waarom hebt u naar me gezocht? Wist u niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’ 50 Maar ze begrepen niet wat hij tegen hen zei. 51 Hij reisde met hen terug naar Nazaret en was hun voortaan gehoorzaam. Zijn moeder sloot alles wat er met hem gebeurd was in haar hart. 52 Jezus groeide verder op en zijn wijsheid nam nog toe. Hij kwam steeds meer in de gunst bij God en de mensen.

• Zingen Opwekking 715
1 Wat hou ik van uw huis, Heer van de hemelse legers.
Ik kan zo sterk verlangen naar de binnenpleinen van de Heer.
Diep in mijn lijf is zo'n heimwee, zo'n blijvende schreeuw om de levende God.

2 Een vogel is er thuis, Heer van de hemelse legers.
Een zwaluw voedt haar jongen op bij U onder de pannen, God.
Wonen bij U is een zegen, zo'n blijvende kans om te zingen voor U.

3 Gelukkig wie naar U vol van verlangen op weg zijn,
zelfs in het dorre bomen-dal zien zij een bron en regenval,
gaan ze van zegen tot zegen naar God die verschijnt in zijn heilige stad.

4 Ach hoor en kijk naar mij, Heer van de hemelse legers.
Ja, liever één dag dichtbij U dan duizend dagen zonder U.
Liever bij U aan de drempel dan binnen te zijn in een duistere tent.

5 De Heer beveiligt ons, eer en geluk zal Hij geven,
Hij heeft zijn liefde nooit ontzegd aan mensen, eerlijk onderweg.
Heer van de hemelse legers, gelukkig zijn zij die vertrouwen op U.

Slot Wat hou ik van uw huis.
• Preek

• Zingen Opwekking 737 “Aan uw tafel”
U nodigt mij aan tafel, om dicht bij U te zijn;
te proeven van het leven, dat U deelt door brood en wijn.
U leidt mij in de stilte, ik volg U met ontzag:
een plaats van rust waar ik U ontmoeten mag.
U ziet mijn hart en leven, de onrust die verwart;
mijn onbesproken vragen, die er leven in mijn hart.
U kent al mijn gedachten, verbergen kan niet meer:
in vertrouwen leg ik alles voor U neer.
De beker in uw handen, neem ik vol liefde aan,
uit handen die verwond zijn, waarin de tekens staan.
Geen woorden meer van oordeel, genade onverdiend,
die aan tafel wordt geproefd en wordt gezien.
U deelt met mij de maaltijd, reikt mij verzoening aan.
Uw liefde is nog groter dan de schuld die is voldaan.
U toont mij uw genade, die werkzaam is in mij:
door de kracht van uw genade ben ik vrij!

• Zingen GKB Psalm 71: 9, 10
9 Uw grote daden zal ik prijzen. HEER, uw gerechtigheid verkondig ik altijd.
U wilde mij steeds onderwijzen. Van jongs af mocht ik leren uw wonderen te eren.

10 Blijf in mijn laatste levensjaren mij steunen als voorheen. Heer, laat mij niet alleen.
Ik meld, als U mij nog wilt sparen, aan komende geslachten uw werk, uw grote krachten.

• Zingen Opwekking 268
Hij kwam bij ons, heel gewoon, de Zoon van God als mensenzoon.
Hij diende ons als een knecht en heeft zijn leven afgelegd.

Refrein Zie onze God, de Koning-knecht, Hij heeft zijn leven afgelegd.
Zijn voorbeeld roept om te dienen iedere dag, gedragen door zijn liefde en kracht.

En in de tuin van de pijn verkoos Hij als een lam te zijn,
verscheurd door angst en verdriet maar toch zei Hij: 'Uw wil geschied'.
Refrein

Zie je de wonden zo diep. De hand die aard en hemel schiep,
vergaf de hand die Hem sloeg. De Man, die onze zonden droeg.
Refrein

Wij willen worden als Hij. Elkanders lasten dragen wij.
Wie is er nederig en klein? Die zal bij ons de grootste zijn.
Refrein

• Zingen LvK gezang 460: 1, 2
1 Loof de Koning, heel mijn wezen, u bestaat in zijn geduld,
want uw leven is genezen en vergeven is uw schuld.
Loof de Koning, loof de Koning, tot u Hem ontmoeten zult.

2 Looft Hem als uw vaderen deden, eigent u zijn liefde toe,
want Hij bergt u in zijn vrede, zegenend wordt Hij niet moe.
Looft uw Vader, looft uw Vader, tot uw laatste adem toe.

• Tien geboden

• Zingen GKB Psalm 101: 1, 2
1 Ik wil, HEER, in mijn lied de zegeningen van goedheid en gerechtigheid bezingen.
Aan U, HEER, wijd ik nu en levenslang mijn psalmgezang.

2 Ik let op reine harten, rechte daden, HEER, wanneer komt U tot mij in genade?
Dan leef ik met de mijnen voor altijd in zuiverheid.

• Gebed
• Collecte

• Zingen GKB Psalm 27: 3, 4
3 Eén ding blijf ik steeds van de HERE vragen,
één enkel ding, dat heel mijn hart begeert:
om in zijn tempel al mijn levensdagen
bij Hem te zijn, te wonen bij mijn HEER.
Daar in zijn huis, waar alles spreekt van Hem,
wil ik aanschouwen 's HEREN lieflijkheid,
zijn schone dienst, verricht in heiligheid.
Ik wil aandachtig luisteren naar zijn stem.

4 Want bij de HERE ben ik wel geborgen:
Hij voert mij in de schuilplaats van zijn tent.
Daar ben ik veilig, Hij zal voor mij zorgen,
draagt mij naar hoogten die geen vijand kent.
Ik breng de HERE offers tot zijn eer.
Hij heeft mijn vijand van zijn macht beroofd.
In zegepraal verheft zich nu mijn hoofd.
Daarom zing ik een loflied voor de HEER.

• Zegen

 

 

GKV Zwolle-West is onderdeel van het landelijke GKV kerkverband. | Privacy verklaring| Website door Inxpact